Begrippenlijst

In onderstaand overzicht vindt u diverse begrippen en juridische termen die met de MIRT-Verkenning te maken hebben. De begrippen staan op alfabetische volgorde.

Alternatief

Een andere manier om de projectdoelen te bereiken.

Autonome ontwikkeling

Veranderingen die plaatsvinden zonder dat één van de alternatieven wordt uitgevoerd. Er wordt alleen rekening gehouden met veranderingen waarover al besluitvorming heeft plaatsgevonden (zoals de maatregelen uit het project Papendrecht-Sliedrecht).

Bevoegd gezag

Een of meer overheidsinstanties die bevoegd zijn om over de activiteit van de initiatiefnemer, waarvoor het milieueffectrapport wordt opgesteld, het besluit te nemen als uit de wetgeving volgt dat een vergunning nodig is.

BO-MIRT

Het Bestuurlijk Overleg Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport (afgekort BO-MIRT) is een overleg van het rijk, decentrale overheden en andere betrokkenen. Het is een strategisch gesprek over de ambities, opgaven en ontwikkelingen in een gebied. De partijen maken elk half jaar afspraken over te onderzoeken opgaven, programma’s, maatregelen en projecten die op de korte termijn kunnen worden uitgevoerd. Ook worden afspraken gemaakt over het starten van MIRT-Onderzoeken en -Verkenningen en over de onderlinge samenwerking daarbij.

Milieueffectrapportage (m.e.r.) 

De procedure waarbij de milieugevolgen van een plan in beeld worden gebracht, voordat er een besluit wordt genomen. Het is een hulpmiddel om het milieu een volwaardige plaats te geven in de besluitvorming bij plannen en projecten. De verwachte effecten worden beschreven in een milieueffectrapport. Zo kan de overheid die het besluit neemt de milieueffecten bij haar afwegingen betrekken. (Zie ook Notitie Reikwijdte en Detailniveau, Reikwijdte en detailniveau.)

MIRT

Het MIRT staat voor het Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport. In het MIRT zijn projecten en programma’s opgenomen, waarbij het rijk samen met de regio werkt aan de ruimtelijke inrichting van Nederland.

In het MIRT werken rijk, decentrale overheden (provincies, gemeenten, vervoerregio’s, waterschappen), maatschappelijke organisaties en bedrijven samen om de concurrentiekracht,

bereikbaarheid en leefbaarheid van Nederland duurzaam te ontwikkelen. MIRT beslaat het hele proces – van het bepalen van de opgave tot en met de realisatie. Meer informatie: MIRT

MIRT-Verkenning

Een MIRT-Verkenning is een overkoepelende naam voor alle fases die we doorlopen tijdens een onderzoek naar oplossingen voor een eerder geconstateerd knelpunt. Vanuit dit knelpunt worden diverse oplossingsrichtingen gezocht en van daaruit wordt toegewerkt naar één oplossingsrichting die de voorkeur heeft. Dit heet de Voorkeursbeslissing. 

Mobiliteitsmanagement

Mobiliteitsmanagement is het organiseren van slim reizen. Aangezien de auto niet alle problemen kan oplossen, wordt de reiziger geprikkeld alternatieven te gebruiken als fiets, openbaar vervoer, gebruik van P+R, of telewerken. Eisen en wensen van mensen die zich verplaatsen staan centraal, en het draait om oplossingen op maat. Overheden, werkgevers, publiekstrekkers en aanbieders van mobiliteitsdiensten organiseren samen de voorwaarden waarbinnen reizigers slimme keuzes kunnen maken.

Multimodale oplossingen

Multimodale oplossingen zijn oplossingen die zich richten op de inzet van verschillende vervoersvormen, bijvoorbeeld de combinatie van auto met openbaar vervoer of vervoer over water als bijdrage aan het oplossen van de knelpunten.

Kansrijke Alternatieven

Is een of een combinatie van maatregelen die naar verwachting een grote bijdrage kan/kunnen leveren aan het realiseren van de doelstelling van de MIRT-Verkenning.

Natura 2000-gebied

Natura 2000 is een Europees netwerk van beschermde natuurgebieden op het grondgebied van de lidstaten van de Europese Unie. Het netwerk omvat alle gebieden die zijn beschermd op grond van de Vogelrichtlijn (1979) en de Habitatrichtlijn (1992).

Nota Kansrijke Alternatieven (NKA)

De Nota Kansrijke Alternatieven beschrijft mogelijke oplossingsrichtingen en analyseert deze op basis van probleemoplossend vermogen en doelbereik, onoverkomelijke belemmeringen (Natura2000, vergunningverlening) en indicatieve kosten. De analyse geschiedt op hoofdlijnen en is gebaseerd op (expert-)beoordelingen.

Nota Kansrijke Oplossingen (NKO)

Zie NKA.

Notitie Reikwijdte en Detailniveau (afgekort NRD)

De Notitie Reikwijdte en Detailniveau beschrijft de oplossingsrichtingen, de te onderzoeken aspecten, de diepgang van het onderzoek en hoe de participatie en advisering wordt ingericht. (Zie ook Milieueffectrapportage, Reikwijdte en detailniveau.)   

Programma Goederenvervoercorridors

De Mirt-Verkenning A15 Papendrecht-Gorinchem is onderdeel van het Programma Goederenvervoercorridors. In dit programma werken Rijk en regio nauw samen met het bedrijfsleven om een vlot, betrouwbaar, robuust, veilig en duurzaam transportsysteem (over weg, spoor en water) te faciliteren. De meerwaarde van goederenstromen en logistiek is voor de economische toegevoegde waarde van Nederland van groot belang. Meer informatie over topcorridors: https://www.topcorridors.com.

Projectgebied (soms ook wel Plangebied genoemd)

Het gebied waarbinnen het probleem uit de Verkenning moet worden opgelost. Dit is altijd kleiner dan het studiegebied.

Reikwijdte en detailniveau

In een milieueffectrapportage wordt onderzoek verricht. Dat onderzoek moet voldoende informatie op tafel brengen om het milieubelang volwaardig te kunnen meewegen in de besluitvorming over een plan of een project. Dit vereist een scherpe afbakening van ‘reikwijdte en detailniveau': waarop moet het onderzoek zich vooral gaan richten, wat is minder belangrijk, en wat kan zelfs helemaal buiten beschouwing blijven? Bron: Infomil.nl. (Zie ook Milieueffectrapportage, Notitie Reikwijdte en Detailniveau.)

Referentiesituatie

Dit is de situatie waarin er geen projectmaatregelen worden gerealiseerd en bestaat dus uit de huidige situatie en de autonome ontwikkelingen.

Robuustheid

Het vermogen om na extreme gebeurtenissen of piekbelastingen te kunnen blijven functioneren. Zo kan een robuust wegennet zich na verstoring snel herstellen, zodat het verkeer ook bij incidenten kan blijven doorstromen.

Smart Mobility

Smart Mobility is een verzamelnaam voor alle toepassingen waarbij met inzet van digitale systemen voertuigen met elkaar en/of met de weg communiceren met als doel betere doorstroming en meer veiligheid. Meer informatie vindt u op de website van RIjkswaterstaat.

Startbeslissing

De Startbeslissing is het besluit van de minister om te starten met de Verkenning. Hierin is onder andere vastgelegd wat het doel van de Verkenning is, over welke gebied de Verkenning gaat en waar de focus van het verkennend onderzoek op ligt.

Studiegebied

Het studiegebied wordt bepaald door de te verwachten effecten (o.a. verkeer en milieu) van de te onderzoeken maatregelen. Dit gebied is altijd groter dan het projectgebied. De omvang van het studiegebied kan per onderwerp verschillen.

Trechteringsproces

De Verkenning is een trechteringsproces waarbij stap voor stap wordt toegewerkt naar het meest kansrijke alternatief.

  • Groslijst aan maatregelen gaat naar Zeef 0
  • Selectie van oplossingen gaat naar Zeef 1
  • Kansrijke alternatieven gaan naar Zeef 2
  • Na Zeef 2 spreken we van het voorkeursalternarief (VKA)
  • Na BO-MIRT spreken we van een voorkeursbeslissing (VKB)

Vrachtverkeer

Alle voertuigen bedoeld voor goederenvervoer met een GVW Gross Vehicle Weight of MTM (maximale toegelaten massa) boven de 3500 kilogram vallen onder de noemer vrachtauto. Onder deze grens worden dergelijke voertuigen, bestelauto's, lichte vrachtauto of gewoon personenauto genoemd. Vrachtauto's en bestelauto's tezamen worden bedrijfsauto's genoemd.

Voorkeursalternatief/ Voorkeursoplossing (VKA)

In de beoordelingsfase worden overgebleven kansrijke alternatieven (soms ook kansrijke oplossingen genoemd) nader uitgewerkt en beoordeeld om te komen tot een selectie van één voorkeursalternatief. De oplossing die de voorkeur heeft, boven de andere kansrijke alternatieven.

Voorkeursbesluit/ voorkeursbeslissing (VKB)

De voorkeursbeslissing is het uiteindelijk besluit van de minister na afstemming met de betrokken regionale partijen en vormt de afsluiting van de MIRT-verkenning. Daarmee stroomt het project door naar de volgende MIRT-fase: de planuitwerking.