Een kijkje achter de schermen

Almar Bruin is projectmanager van deze MIRT-Verkenning. Hij werkt bij het Ministerie Infrastructuur en Waterstaat. In dit artikel vertelt hij waar de projectorganisatie op dit moment aan werkt.

Almar Bruin

Zorgvuldig proces

“In deze Verkenning werken we stapsgewijs naar een oplossing om de doorstroming en de verkeersveiligheid op de A15 tussen Papendrecht en Gorinchem te verbeteren. Ik stuur de projectorganisatie aan. Hierin werk ik samen met Rijkswaterstaat, de provincie Zuid-Holland en de marktpartijen [Tauw, Goudappel Coffeng, APPM en Rebel groep] die voor ons de onderzoeken uitvoeren en de documenten opstellen."

"Sinds de eerste Coronamaatregelen doe ik dit vanuit huis. Ondanks dat alles online gebeurt, werken we intensief samen. We maken gebruik van elkaars deskundigheid, en van de kennis van andere partijen uit de regio. Dat moet ook wel, want de werkzaamheden die we nu uitvoeren, hebben allemaal op de een of andere manier met elkaar te maken. Zo kun je zonder een ontwerp, al is het maar op hoofdlijnen, niet starten met de effectonderzoeken. Tegelijk moet je bepaalde effecten al kunnen inschatten om een ontwerp te kunnen maken.”

Varianten op de kansrijke alternatieven

“De eerste fase van de Verkenning heeft 3 alternatieven opgeleverd. Op basis van de informatie die we toen hadden, wisten we dat geen van de alternatieven zelf voldoende oplossend vermogen heeft, om de doorstroming over het gehele traject te verbeteren. Op het deel tussen de aansluitingen Papendrecht/N3 en Sliedrecht-West, bleef een knelpunt bestaan. Na publicatie van de NRD hebben we daarom aanvullende verkeersanalyses uitgevoerd. En we zijn gaan kijken welke maatregelen mogelijk zijn. Dit is ook in een Werkatelier besproken met diverse stakeholders. Hieruit is naar voren gekomen dat het toevoegen van een weefvak tussen deze aansluitingen, de doorstroming op dat deel van het traject kan verbeteren. Deze aanpassing op de alternatieven nemen we mee in het vervolg van het project.”

Ontwerpen

“Zoals ik al eerder aangaf is het voor de meeste onderzoeken die we moeten doen, noodzakelijk dat we weten waar de weg globaal komt te liggen. Daarom hebben we de afgelopen maanden de ontwerpen in hoofdlijnen uitgewerkt. Uitgangspunt voor deze ontwerpen zijn de richtlijnen van Rijkswaterstaat voor een veilige weg. En ook fysieke of andere beperkingen rondom de weg, zoals bestaande gebouwen en beschermde natuur. We werken uiteindelijk naar een globaal ontwerp dat zo min mogelijk negatieve effecten op de omgeving heeft. Gezien de beperkte ruimte op diverse locaties is dit soms een behoorlijke uitdaging."

"Een veilig wegontwerp en een goede doorstroming hangen nauw met elkaar samen. Als weggebruikers angstig worden omdat ze slecht zicht hebben, gaan ze bijvoorbeeld remmen. Met alle risico’s van dien. Om de weg veiliger te maken kunnen we bijvoorbeeld de as van de weg iets opschuiven, zodat de weggebruiker een beter zicht krijgt. Een steunpunt van een viaduct kan daardoor toch net in de weg staan. We moeten dan een afweging maken of we het viaduct kunnen laten staan, of dat we het beter kunnen vervangen.”

Afstemming

“De ontwerpen bespreken we ook met o.a. gemeentes, Provincie en Waterschap. In dit proces kijken we vooral hoe we eventuele knelpunten zo goed mogelijk kunnen oplossen. Het gaat ons er uiteindelijk om dat we van alle alternatieven voldoende uitgewerkte ontwerpen hebben, die we kunnen gebruiken voor de milieuonderzoeken.”

Effectonderzoeken

“De resultaten van de onderzoeken hebben we nodig om een zorgvuldige afweging te kunnen maken voor een Voorkeursalternatief. Op dit moment zijn we de uitgangspunten van de onderzoeken nog verder aan het uitwerken. Dit gaat weer een stap dieper dan in de NRD staat beschreven. Het gaat bijvoorbeeld om inhoudelijke uitgangspunten over onderzoeksmethodieken zoals modellen en versies, randvoorwaarden voor het project, uitgangspunten die we vanuit bestaand beleid meekrijgen. De volgende stap is het uitvoeren van de onderzoeken.”

Afweging

“De uitwerking van al deze informatie heeft tot doel de minister de juiste informatie te geven om een keuze te maken voor een Voorkeursalternatief. In het planMER worden verkeersberekeningen, gevoeligheidsanalyses en effectstudies beschreven. Ook stellen we een kostenraming van de alternatieven op. Om op basis van deze informatie een goede afweging te kunnen maken tussen de verschillende varianten en alternatieven, maken we gebruik van een beoordelingskader. Hiervoor is het beoordelingskader dat we in de eerste fase hadden opgesteld aangescherpt.”

Voorbereiding online bijeenkomst in juni

“Zoals u in dit artikel heeft kunnen lezen, zijn we met veel verschillende werkzaamheden tegelijk bezig. Wilt u meer weten over dit proces? Ik nodig u van harte uit voor onze eerstvolgende informatiebijeenkomst op 16 juni 2021. Naast alle andere werkzaamheden zijn we namelijk ook gestart met de voorbereiding van een online bijeenkomst. De uitkomsten van de onderzoeken hebben we dan nog niet. Daar werken we de komende periode aan. Maar zoals u heeft kunnen lezen hebben we genoeg andere zaken waar we u over kunnen bijpraten. Houd onze website in de gaten voor meer informatie. In de eerstvolgende digitale nieuwsbrief leest u meer details over de bijeenkomst.”